Ga naar inhoud

Walvisvaart

Ooit stond Harlingen in het teken van de walvisvangst. Tegenwoordig streven wij er niet meer naar om deze grote dieren te doden, maar juist om ze van de dood te redden. In Harlingen vind je nog verschillende referenties aan de walvisvaart in het verleden. 

Walvisvaart in Harlingen

Harlingen heeft een belangrijke rol gespeeld in de walvisvaart. Zo was Harlingen in de 17e eeuw een belangrijke haven voor de walvisvaart. Veel Harlingers verdienden hun geld met het jagen op deze beesten. In 1652 vertrok er bijvoorbeeld een visserij-expeditie van maar liefst dertig schepen naar de noordelijke wateren. In 1663 hadden de Harlingers een eigen nederzetting op Deneneylandt, bij Spitsbergen. Toch duurde het nog tot na 1815 voordat de echte bloeitijd van de walvisvangst begon. Uiteindelijk verwierf de Harlinger haven een marktaandeel van 60 procent. Dit deel van ons verleden heeft model gestaan voor de Walvisfontein in de Willemshaven. Het gebouw De Groenlandsvaarder (aan de Voorstraat) herinnert ook nog aan die tijd. Tot het einde van de 19e-eeuw was de Groenlandsch- en Straat Daevidsvisscherij gevestigd. Maar later werd deze sociëteit opgeheven omdat de walvisvaart niet langer meer uit kon. 

Walvistraan en balein

De belangrijkste producten van de walvisvaart waren walvistraan en balein. Op de afbeelding is een traankokerij te zien in Spitsbergen waar deze producten verwerkt werden en waar de Harlingers zich gevestigd hadden. Het stinkende spek van de walvissen werd verwerkt tot traan. In combinatie met het slachtafval gaf dit veel stankoverlast. De walvisolie (ofwel 'traan' genoemd) werd destijds gebruikt als lampolie en als bestanddeel van verf. Ook werd het verwerkt tot zeep en gebruikt om leer soepel te houden. In de textielnijverheid en touwslagerij werd traan benut om de vezels bij het spinnen hanteerbaarder te maken. 

 

Ook interessant

Routes - Zo ontdek je de historie het best