Ga naar inhoud

Harlingers: Ouwe Seunen & Tobbedansers

Galgelappers komen uit Leeuwarden, Kaaskoppen uit Alkmaar en Klokkendieven uit Franeker. Deze bijnamen noemen we met een duur woord ook wel een locofaulisme; een schimp- of scheldnaam voor de inwoners van een bepaalde plaats of streek. Ook Harlingers hebben in het verleden een aantal bijnamen verworven. Zo worden Harlingers van oudsher Ouwe Seunen of Tobbedansers genoemd. Bijnamen waar men nu trots op is. Maar waar hebben Harlingers die namen eigenlijk aan te danken?

De herkomst van de bijnaam Ouwe Seun

Ouwe Seun. Wie langer dan een dag in Harlingen verblijft hoort die uitdrukking vast en zeker voorbij komen. Maar waar komt die bijnaam nou eigenlijk vandaan? Want één ding is zeker, heel erg Fries klinkt het niet. En dat kan kloppen. Hoewel Harlingen één van de Friese Elfsteden is wordt er in Harlingen nauwelijks Fries gesproken. De taal die men in Harlingen spreekt wordt gezien als een Fries dialect en valt dan ook in de categorie: Stadsfries.

Het ontstaan van dit dialect heeft alles te maken met de geschiedenis van Harlingen als havenstad. Het Harlinger dialect kent hierdoor namelijk veel meer Hollandse invloeden dan het Fries zelf. Bijzonder aan dit dialect zijn de twee stopwoordjes ‘juh’ en ‘seun’, die typerend zijn voor het Harlinger dialect. Beiden worden dan ook regelmatig en soms - zo klinkt het voor buitenstaanders tenminste - willekeurig door Harlingers aan het einde van een zin toegevoegd.

‘Dat hest mooi deent seun.’ of ‘Dou must aweseere, seun’, zijn typische uitspraken van iemand uit Harlingen. Met een Ouwe Seun wordt dan ook een échte Harlinger bedoeld. Harlingers worden echter niet alleen ‘Ouwe Seunen’ genoemd, ook ‘Tobbedansers’ is een bijnaam voor de inwoners van de stad.   

De herkomst van de bijnaam Tobbedansers

Tobbedansers. De naam zegt het eigenlijk al. Maar waarom zouden Harlingers dansen in tobbes? Deze naam verwijst naar de werkzaamheden van de Hugenoten, die naar Nederland waren gevlucht om te ontkomen aan godsdienstvervolging in Frankrijk in de 16e eeuw. In Harlingen vestigden zich onder andere de stoffenververs. De geweven stoffen werden in grote tonnen met indigo bewerkt door er met de voeten op te stampen, zodat de stoffen gelijkmatig werden gekleurd. Ook om het wol te reinigen werd het in grote tobbes met water gedaan, waarin men het al trappelend en blootvoets reinigde. Dit is waar de naam  ”Tobbedansers” vandaan komt.

Eén van de bezienswaardigheden in Harlingen is dan ook het beeld van een Tobbedanser, dat te zien is bij de entree van de Waddenpromenade en onderdeel uitmaakt van een beeldenroute. Het is een bronzen beeld, gemaakt door Bert Kiewiet, dat op een voetstuk staat van opgemetselde basaltstenen. Het kunstwerk is aangeboden aan de stad Harlingen door de plaatselijke Rotary Club.